Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 8 oktober 2018

Bij Congres 108 in Den Bosch

Een congres van D66 is altijd een feestje om bij te wonen.
Je ontmoet partijgenoten die je anders niet zo vaak ziet. Je ontmoet nieuwe mensen en doet ideeën op. D66 congressen ademen een open sfeer. Alles en iedereen loopt door elkaar. Kamerleden, ministers en Europarlementariërs zijn aanspreekbaar. Er wordt vaardig gedebatteerd over verschillende onderwerpen. Een congres blaast de idealen nieuw leven in. Idealen die door het dagelijkse politieke handwerk soms wat buiten beeld raken.

De gebeurtenissen op congres nr 108 van 5 oktober 2018 in Den Bosch toonden hoezeer de spanning tussen idealisme en realisme deel uitmaakt van de kern van D66. Zo was ik aanwezig bij de stemming over de afschaffing van de dividendbelasting.

Vele leden van het congres meldden zich bij de interruptiemicrofoon. Het was indrukwekkend hoeveel nieuwe optieken en argumenten de insprekers naar voren brachten. Aan de ene kant inhoudelijke meningen. Bevlogen betoogden sprekers dat afschaffing van dividendbelasting echt onterecht is. Anderen dat de belasting juist om allerlei belastingrechtelijke redenen van belang is.

Tegenover deze inhoudelijke en idealistische argumenten stonden realistische politieke en strategische argumenten. Nu terugdraaien zou slecht zijn voor de positie van D66 als betrouwbare coalitiepartner of het klimaatakkoord in gevaar brengen.

Het gaat er hier niet om wat juist is of terecht is wat betreft die dividendbelasting. Het gaat er mij om dat deze twee soorten argumenten, idealistisch en realistisch, getuigen van het feit dat D66 nu deelneemt aan de regeringscoalitie. Immers: als oppositiepartij kun je gaan voor je idealen, als coalitiepartner moet je rekening houden met een heel krachtenveld en dat vereist vaak realisme.

Het bracht me tot de vraag: waar staat D66 voor? Zijn we idealisten of realisten? Als oppositiepartij hadden we een scherp maar constructief profiel: tegen het populisme, maar voor maatregelen die sociaal-liberaal en voldoende toekomstgericht zijn. We konden onze idealistische vlag met trots dragen. Nu is onze positie lastiger. We hebben meer invloed, maar moeten op afzonderlijke onderwerpen compromissen sluiten en zaken uitruilen. De idealistische vlag hangt er wat slapjes bij, zo lijkt het.

De vraag speelt ook in lokaal verband. Vorige raadsperiode namen we deel aan de coalitie en moesten we soms op realistische gronden stemmen voor een besluit dat ons hart niet raakte. Nu zitten we in de oppositie en kunnen we gaan voor onze idealen, maar hebben we op een bepaalde manier minder invloed.

Waar gaan we voor? Zijn we idealisten of realisten? Op het congres maakte ik ook de afscheidsspeech van Alexander Pechtold mee. Zijn woorden sloegen in als een bom. Maar wat in ieder geval bij mij bleef hangen, was wat hij meegaf aan het congres. In de komende tijd komen er belangrijke zalen op ons af, maakte hij duidelijk. Is het ja of nee voor de omslag naar schone energie, voor of tegen een humaan vluchtelingenbeleid, voor of tegen Europa.

De conclusie was helder voor mij. Een realistische blik op de wereld om ons heen toont dat het idealisme van D66 heel hard nodig is. Realisme is slechts een hulpmiddel om het idealisme gestalte te geven, maar zonder hart heeft de tong niets te zeggen.

Carinne Elion – Valter